De pandemie heeft onze partnerschappen versterkt | Enabel - Belgisch Ontwikkelingsagentschap

De pandemie heeft onze partnerschappen versterkt

Divider text here
Hoewel de snel verslechterende situatie voor iedereen als een verrassing kwam, schoten Enabel en zijn partners snel in actie. De snelle en gecoördineerde reactie is een prima afspiegeling van de manier waarop de partnerschappen zich de afgelopen jaren hebben ontwikkeld.

Liana Hoornweg, Directeur Sectorale en Thematische Expertise Sven Huyssen, Directeur Operations 

Toen de Wereldgezondheidsorganisatie bevestigde dat het om een pandemie ging, besefte Enabel dat we geconfronteerd werden met een nooit geziene situatie. De eerste prioriteit was om de veiligheid van onze teams in alle landen te verzekeren. In Brussel kon het personeel overschakelen op telewerk nog voordat de regering de eerste maatregelen bekendmaakte. Onze landenvertegenwoordigers in de partnerlanden in Afrika en het Midden-Oosten volgden de situatie op de voet om snel beslissingen te kunnen nemen volgens de lokale context en er zo voor te zorgen dat ons personeel en hun gezinnen in veiligheid waren.

Dezelfde pandemie, verschillende maatregelen

Op basis van de eerste gegevens uit China en Europa hebben de Afrikaanse landen snel preventie- en controlemaatregelen genomen om de verspreiding van het virus tegen te gaan. De maatregelen en de striktheid ervan verschilden van land tot land. Marokko, Rwanda, Oeganda en Palestina voerden zeer vroeg een strenge lockdown in. Zij sloten hun grenzen, kondigden de sluiting van niet-essentiële bedrijven en scholen af. Verder legden zij het openbaar vervoer stil en verboden alle niet-essentiële verplaatsingen buitenshuis. Burkina Faso, Guinee, Senegal, Mali, Benin, Niger, Mozambique en de DRC kozen voor meer gematigde preventie- en controlemaatregelen om hun economieën te beschermen. Tanzania en Burundi ten slotte, hebben lichtere controlemaatregelen ingevoerd.

Bestaande ervaring in de partnerlanden

Wat de aanpak van de pandemie zelf betreft, waren veel partnerlanden al vertrouwd met sanitaire noodsituaties. Toen de pandemie uitbrak, was de Democratische Republiek Congo nog bezig met de aanpak van een ebola-uitbraak. Hetzelfde gold voor Guinee Conakry, Sierra Leone en Liberia in de jaren daarvoor. Landen als Nigeria, Zuid-Afrika, Zimbabwe, Tsjaad en Ethiopië hadden eveneens zwaar te lijden gehad onder dezelfde epidemie. En we mogen ook niet de gevolgen van ziekten als malaria, mazelen, dengue en slaapziekte vergeten. Doordat ze te maken hadden of hebben met deze epidemieën, zijn de landen in West- en Centraal-Afrika beter voorbereid en uitgerust voor detectie, contactopsporing en epidemiologisch toezicht. In de DRC en naburige landen zoals Rwanda, Burundi en Oeganda bijvoorbeeld waren snelle interventieteams al actief en klaar om op te treden tegen herhaalde ebola-epidemieën. Die teams zijn opgeleid in het traceren van contacten en het communiceren over risico's. Zij konden snel worden ingezet in de strijd tegen het coronavirus.

Met andere woorden, deze landen wisten al wat zij in dergelijke crisissituaties moesten doen en in de meeste gevallen beschikten zij al over plannen en goede praktijken. Op dat moment realiseerde de wereld zich echt dat er geen ‘derde wereld’ en ‘ontwikkelde landen’ meer bestonden, zoals vroeger. De wereld was immers een dorp geworden waar iedereen met hetzelfde probleem te maken had en waardevolle ervaringen met elkaar kon delen. We hebben veel geleerd van de respons in onze partnerlanden. Sommige landen hebben zeer snel lockdowns ingevoerd. Rwanda bijvoorbeeld, stelde een strenge nationale lockdown in slechts zeven dagen nadat het eerste geval van COVID-19 in het land was geregistreerd. Ook tests op luchthavens werden verrassend snel uitgevoerd, net als sommige vaccinatieprogramma's. Er waren zelfs situaties waarin partnerlanden hun nationale vaccinatieprogramma doeltreffender uitvoerden en zelfs voorstelden om ook ons personeel te vaccineren.

Geen hulp, maar eerder steun

Deze verschuiving werd des te duidelijker toen onze partnerlanden om onze bijdrage vroegen: ze wisten wat hen te doen stond, en ze hadden heel specifieke vragen en eisen. Konden we hen vaccins leveren? Beademingsapparatuur? Soms werkten we samen om structuren die we eerder hadden opgezet, voor een nieuw doel te gebruiken. Zo hebben we de netwerken van het programma ‘She Decides’ gebruikt om te helpen bij de bewustmaking voor hygiënemaatregelen zoals handen wassen en het vermijden van nauw contact. Oorspronkelijk waren die netwerken uitgebouwd voor de verspreiding van informatie rond gendergerelateerd geweld.

Praktijkgroepen

Een andere vraag die al vroeg rees, was hoe de bevolking te ondersteunen tijdens lockdowns: essentiële goederen transporteren, ervoor zorgen dat iedereen voldoende voedsel had, enz. Aangezien elk land met deze vragen werd geconfronteerd, besloten we praktijkgroepen op te zetten. Tijdens die online bijeenkomsten konden onze mensen in de partnerlanden ideeën, informatie en goede praktijken uitwisselen. De bedoeling was dat iedereen zijn voordeel kon doen met de geleerde lessen. De praktijkgroepen werkten maandenlang. De laatste uitwisseling over veerkracht werd georganiseerd in september 2020 en de laatste praktijkgroep gezondheid vond plaats in augustus. Daarna was elk land goed op weg en in staat om effectief de crisis aan te pakken.

Met de input van de praktijkgroepen en van ons werk in de verschillende landen heeft Enabel een strategische nota opgesteld. Het doel van die nota was om op één plaats alle informatie te verzamelen over hoe te reageren op de pandemie vanuit verschillende invalshoeken: het ondersteunen van de economie, het organiseren van de gezondheidszorg... Met andere woorden, we schakelden over van noodwerk naar verandering op lange termijn om partners en lokale instellingen in de toekomst weerbaarder te maken. De nota werd ook naar onze donoren gestuurd, zodat zij konden zien hoe Enabel en de partnerlanden hun respons organiseerden. Maar ook hoe wij ons allemaal meteen op de lange termijn richtten. Uit de nota bleek ook dat we kunnen rekenen op een heel netwerk in België en de partnerlanden om onze respons op te bouwen. Het heeft ons geholpen om onze geloofwaardigheid te vergroten. Als gevolg daarvan werden we door andere organisaties gecontacteerd om initiatieven in onze partnerlanden te ondersteunen. Zo werkten we samen met de EU aan de uitbreiding van de ziekenhuiscapaciteit in Kinshasa. We staken ook een handje toe bij de Franse samenwerking in Benin en werkten samen met België, de EU en Luxemburg in Niger.

We gaan door met onze programma's

Een andere reden om trots te zijn is dat Enabel geen van zijn programma's echt heeft moeten stopzetten, ook al liepen sommige ervan door de omstandigheden wat vertraging op. Wat er gebeurde, was dat we met onze partners rond de tafel gingen zitten om te besluiten hoe we dingen konden laten doorgaan. Zo zijn bijvoorbeeld de opleidings- en coachingprogramma’s digitaal gegaan, wat ook tot besparingen heeft geleid. In deze en andere gevallen hebben we nieuwe manieren van werken ontdekt waardoor we in de toekomst efficiënter kunnen werken. Sommige programma's liepen onvermijdelijk vertraging op, maar andere konden sneller worden uitgevoerd. In Rwanda bijvoorbeeld liep de bouw van nieuwe ziekenhuizen onvermijdelijk vertraging op. Maar de levering van vijftig ambulances, een ander onderdeel van hetzelfde programma, verliep sneller en speelde een belangrijke rol bij de beheersing van de crisis ter plaatse.

Naar een nieuw normaal?

De COVID-19-pandemie leidde tot een crisis die uiteindelijk talloze kansen creëerde voor Enabel en zijn partners. In 2020 werden gewoontes aangepast, spontane samenwerkingsverbanden aangegaan en mooie innovaties gerealiseerd.

In 2021 en de jaren daarna is het belangrijk dat we niet op onze lauweren gaan rusten, maar juist verder bouwen op deze nieuwe dynamiek. Het is immers belangrijk om ervoor te zorgen dat de wereld voldoende veerkrachtig is om de volgende mondiale uitdagingen het hoofd te bieden. Want er zullen uitdagingen blijven bestaan en er kunnen zich opnieuw crisissen voordoen. Bijvoorbeeld op het gebied van menselijke mobiliteit, sociale en economische ongelijkheid, klimaatverandering, vrede en veiligheid, en verstedelijking, om er maar een paar te noemen. ‘Het dak herstel je bij goed weer, niet wanneer het regent.’

BLIJF OP DE HOOGTE

Divider text here
Volg onze acties en de laatste trends in internationale samenwerking.