"Wij leren Oegandezen anders aankijken tegen beroepsopleidingen"

Divider text here
Vijf vragen aan William Yeka
Communication Officer - Enabel-landenkantoor Oeganda 

Delen

Jij werkt al twee jaar op de communicatie rond het programma ‘Support to Skilling Uganda’. Waarom heeft een opleidingsprogramma een fulltime communicatiemedewerker nodig?

Communicatie is essentieel voor het succes van dit programma. Eerst en vooral hebben we communicatie nodig om verantwoording af te leggen. Wij worden gefinancierd door vier donoren en communicatie is één manier om hen te tonen dat hun geld goed wordt besteed.

Maar nog belangrijker is dat communicatie cruciaal is voor het succes van het programma. Net als in vele andere landen hebben beroepsopleidingen in Oeganda een slechte reputatie. De mensen denken vaak dat enkel hogere studies of een universitaire opleiding waardevol zijn omdat die leiden tot beter betaalde banen. De realiteit is helaas helemaal anders. Vele afgestudeerden aan de universiteit kunnen, ondanks hun diploma, geen job vinden. Vinden ze wel een job, dan stemt de functie vaak helemaal niet overeen met hun kwalificaties. Ondertussen klagen de werkgevers over het gebrek aan goed geschoolde vakmensen zoals loodgieters, koks en dergelijke. Als gevolg daarvan komen mensen uit de buurlanden die ‘knelpuntberoepen’ invullen. Dat zou niet mogen gebeuren wanneer Oegandezen kunnen worden opgeleid om dit werk te doen. Skilling Uganda pakt dit probleem aan door opleidingen aan te bieden die inspelen op de behoeften van de arbeidsmarkt.

Maar daarvoor moeten jongeren geïnteresseerd zijn in technisch onderwijs en beroepsopleidingen, wat we hier TVET (Technical Vocational Education and Training) noemen. In 2016 waren er volgens het Ministerie van Onderwijs en Sport 3.070 algemene middelbare scholen en 129 TVET-instellingen. Maar toch blijven de weinige TVET-instellingen kampen met een tekort aan inschrijvingen. Zo schreven zich in 2017 in totaal 45.000 leerlingen in, terwijl andere middelbare scholen 1,4 miljoen leerlingen telden. Dat is te wijten aan het negatieve imago van TVET bij de bevolking. Als we meer studenten willen aantrekken tot het technisch onderwijs of een beroepsopleiding, dan moeten we de perceptie in de Oegandese maatschappij ombuigen. Daarom zijn communicatie-initiatieven van cruciaal belang.
©Enabel/Sam Deckers
Hoe ging je te werk?

Het eerste wat we deden was een communicatiestrategie voor het programma uitwerken. Daarna hebben we de communicatie voor ontwikkelingscampagnes uitgerold. De drie regio’s waarin we werken hebben niet dezelfde context. Daarom hebben we de campagnes afgestemd op de behoeften van elke regio. In de regio Karamoja hebben we bijvoorbeeld op een participatieve manier met de Karamojong samengewerkt om de communicatiecampagne op te stellen, uit te voeren en zelfs te evalueren.

De resultaten waren uitstekend: het eerste jaar na de campagne zijn de inschrijvingen in de beroepsopleidingsinstituten die het programma ondersteunt, meer dan verdubbeld. In de regio Albertine/Rwenzori hebben we gekozen voor de radio om de bevolking te bereiken. In dat deel van het land is de radio immers de belangrijkste bron van informatie en ontspanning. We hebben een aantal rolmodellen voor jongeren geïdentificeerd en hun prestaties, beroepsleven en ambities onder de aandacht gebracht. De onderliggende boodschap was de mensen te tonen dat technische of beroepsopleidingen het mogelijk maken om hun volledige potentieel te ontplooien en vooruit te komen in het leven. 
Volgens een studie uit 2015 van het 'Uganda Bureau of Statistics' studeren jaarlijks 13.400 studenten af aan de universiteit. Maar slechts 2000 van hen vinden een job. Ondertussen klagen werkgevers over het gebrek aan goed geschoolde vakmensen. 
Skilling Uganda is een groots opgezet project. Kun je ons wat meer vertellen over de doelstellingen en de context ervan?

Ja, dat klopt, het is een belangrijk programma: een tienjarenplan, dat in 2012 door de Oegandese regering is gelanceerd om de jeugdwerkloosheid in te dijken. Het doel is om opleidingen aan te reiken die aansluiten bij de behoeften van de arbeidsmarkt. Enabel is een van de partners die de Oegandese regering steunen om deze strategie uit te voeren via een vijfjarenprogramma met de toepasselijke naam ‘Support to Skilling Uganda’. Onze interventie wordt gezamenlijk gefinancierd door de Belgische regering, Irish Aid, de Europese Unie en de Duitse ontwikkelingssamenwerking.

Het programma focust op drie verschillende niveaus. Ten eerste is er het beleidsniveau. Daar zetten we een gecoördineerde structuur op om de vaardigheden te ontwikkelen. Daarom wordt een TVET-raad opgericht. Het tweede niveau betreft de financiering. We sturen met name een fonds aan voor het ontwikkelen van vaardigheden, om partnerschappen tussen opleidingsinstituten en de arbeidsmarkt te financieren. Dat heeft als doel jongeren vaardigheden aan te leren die ze nodig hebben om werk te vinden of zelfstandig aan de slag te gaan. Het fonds lanceert projectoproepen waarbij de beste voorstellen worden geselecteerd. De lessen die uit dit proefproject worden getrokken, moeten als leidraad dienen bij de oprichting van een nationaal fonds voor vaardigheidsontwikkeling. Het derde niveau is eigenlijk het basisniveau, waar we zeven opleidingsinstituten ondersteunen om zich te moderniseren en expertisecentra te worden op het gebied van vaardigheidsontwikkeling in Oeganda.  
©Enabel/Sam Deckers
Wat met de afgestudeerden die geen job vinden?  

Het programma omvat ook een onderdeel ‘ondernemerschap’ in de vaardigheidstrainingen. Hier is het de bedoeling dat wie geen werk vindt, in staat is om een eigen zaak op te starten. Naast de vaardigheden voor ondernemerschap die in de opleidingen vervat zitten, geven we de begunstigden 'start-up kits' met tools en benodigdheden om een eigen zaak te starten. Zo krijgen monteurs van motorfietsen al het nodige gereedschap om een kleine werkplaats voor reparatie en onderhoud te openen, krijgen chef-koks al het gereedschap om hun keuken in te richten, en ga zo maar door. 

Het programma mikt ook op vluchtelingen die in de opvangkampen in Oeganda leven...

Inderdaad. Zoals je weet vangt Oeganda 1,2 miljoen vluchtelingen op, voornamelijk uit Zuid-Soedan. Daarmee zijn we het grootste opvangland in Afrika en het op twee na grootste wereldwijd. Onder deze vluchtelingen tellen we veel vrouwen en kinderen. Velen van hen zijn de kostwinnaar van hun gezin. Humanitaire hulp – vooral voedsel – in de opvangkampen volstaat niet. Door vluchtelingen en hun gastgemeenschappen de nodige vaardigheden bij te brengen, kunnen zij op eigen benen staan en zelf voor hun gezin zorgen.
©Enabel/Sam Deckers

Stories

De meeste Palestijnse jongeren zitten zonder werk. Omdat bedrijven meestal op zoek zijn naar technisch geschoold personeel, is werkplekleren een deel van de oplossing.
Wat verandert er bij de derde editie van het Juniorprogramma? Een actieve bijdrage aan de SDG’s, een meer vraaggericht aanbod van Junior Experten en aandacht voor de promotie van netwerken en partners.
In Niger is de genderongelijkheid tussen jongens en meisjes op school groot. Het Sarraounia-proefproject sensibiliseert plattelandsgemeenschappen rond onderwijs voor meisjes door met hen dagelijks in contact te staan. 

BLIJF OP DE HOOGTE

Divider text here
Volg onze acties en de laatste trends in internationale samenwerking.