Vijf vragen aan Thierry Nkurabagaya manager van het programma ‘She Decides’ – Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten in Burkina Faso | Enabel - Belgisch Ontwikkelingsagentschap

"Om onze acties duurzaam te maken, moeten we werken aan een mentaliteitsverandering"

Divider text here
Vijf vragen aan Thierry Nkurabagaya
manager van het programma ‘She Decides’ – Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten in Burkina Faso
Kun je ons vertellen voor welke uitdagingen jullie programma staat?

Jazeker. Het minst gekende element van ons programma ‘She Decides’ is de strijd tegen vrouwelijke genitale verminking in Burkina Faso. Dat is een zeer verontrustend probleem in ons land: meer dan 63 % van de vrouwen is er het slachtoffer van geworden. Op het platteland liggen de cijfers nog hoger. Daar loopt het percentage op tot 75 %. Maar ons werk beperkt zich niet tot de bestrijding van vrouwelijke genitale verminking. De problemen die ons programma aanpakt, hebben een bredere achtergrond van seksueel en gendergerelateerd geweld. En dat geweld is nauw verweven met het statuut van de vrouw in Burkina Faso, vooral in de meer landelijke gebieden.

Kindhuwelijken, gedwongen huwelijken en huiselijk geweld zijn daar bijvoorbeeld schering en inslag. Dat komt omdat vrouwen in Burkina Faso weinig of geen zeggenschap krijgen over hun eigen leven of eigen lichaam. Wat hen niet tegenhoudt om zelf bij te dragen aan de huidige situatie. Zo weten wij dat vrouwelijke genitale verminking op zeer jonge leeftijd plaatsvindt – vanaf 5 jaar. Dat betekent dat het in gezinsverband gebeurt of dat het gezin erbij betrokken is. We weten ook dat het vrouwen zijn die de praktijken uitvoeren. De traditionele gebruiken en het moderne recht staan hier tegenover elkaar en de sociaal-culturele context blijft zwaar doorwegen op de ontwikkeling van de situatie.
"Eerst moeten we begrijpen hoe het er binnen een gemeenschap aan toe gaat. Dan kunnen we binnen die gemeenschap werken aan een mentaliteitsverandering."
Thierry, projectcoördinator - midden links op de foto
Maar pakweg de laatste 10 jaar werd er wel al vooruitgang geboekt?

Ja, gelukkig wel! Zo is bijvoorbeeld de wetgeving veranderd: vrouwelijke genitale verminking is nu illegaal. We merken trouwens dat de praktijk afneemt sinds de wet werd aangenomen, ook al gaat het langzaam. Om een groter én echt duurzaam effect te hebben, moeten we begrijpen hoe het er binnen een gemeenschap aan toe gaat. Ook moeten we actie ondernemen binnen die gemeenschap om de gewoonten te veranderen. En daar stuiten we op problemen die te maken hebben met het statuut van de vrouw.

De traditie wil dat een vrouw, zodra zij getrouwd is, niet langer afhankelijk is van haar eigen familie maar van haar schoonfamilie. De hele gemeenschap kan nu nog steeds moeilijk aanvaarden dat een man een vrouw zou huwen die niet ‘besneden’ (genitaal verminkt) is. De beslissing om een jong meisje niet te ‘besnijden’ houdt dus een aanzienlijk financieel risico in voor haar familie.

Bovendien heeft het verbod op vrouwelijke genitale verminking ook ongewenste gevolgen. Als een zorgverlener bijvoorbeeld merkt dat een jong meisje werd verminkt, is hij of zij volgens de wet verplicht om dat te melden aan de autoriteiten. Daarom zullen sommige ouders twijfelen om hun ernstig zieke kind naar een gezondheidscentrum te brengen, uit angst dat ze worden aangegeven. En zelfs als aangifte wordt gedaan, dan rijzen er andere problemen. Wie zal er voor de kinderen zorgen terwijl de ouders in de gevangenis zitten?

Daarom hebben jullie beslist het over een andere boeg te gooien. Wat is jullie aanpak dan?

Als we willen dat onze acties langdurig effect hebben, moeten we de mentaliteit binnen de gemeenschappen veranderen. Maar hoe kun je een mentaliteit veranderen als je de heersende praktijken en normen binnen de gemeenschap wilt respecteren? De uitdaging is groot, want in Burkina Faso spelen gemeenschappen een sleutelrol: zij vormen de ruggengraat van het sociale vangnet.

Acties en veranderingen kunnen daarom alleen vanuit de gemeenschap zelf komen. Dus moeten wij de lokale gemeenschappen betrekken bij de opzet en uitvoering van onze acties. Daarom moeten we de gemeenschappen en hun mentaliteit eerst begrijpen. Momenteel zijn we kwantitatief en kwalitatief onderzoek aan het doen om hier een beter inzicht in te krijgen. Dat noemen wij ‘actie-onderzoek’ in ons vakjargon.

Het onderzoek wordt gevoerd door multidisciplinaire en multiculturele teams. Die omvatten Belgische experts (van de Universiteit van Luik, de UC Louvain en de UGent) en Burkinese onderzoekers (van het Institut Supérieur de Recherches en Sciences de la Population). Alle onderzoekers behoren tot verschillende disciplines: sociologie, psychologie, antropologie, enz. De teams bestaan ook uit leden van het maatschappelijk middenveld en vertegenwoordigers van de betrokken overheden, zoals het ministerie voor Volksgezondheid en het ministerie van Vrouwenzaken. We zijn begonnen met kwantitatief onderzoek, gevolgd door meer kwalitatief, sociaal-antropologisch onderzoek. Daarna gaan we samen met de plaatselijke gemeenschappen en overheden bekijken welke benaderingen en therapeutische methodes de beste zijn.
Jullie bekijken onder meer de mogelijkheid om ‘gecombineerde’ onthaalcentra op te richten?

Dat klopt. Wij noemen ze ‘moeder-kind’-centra. Het is de bedoeling om een totaalpakket aan te bieden: medisch zorg maar ook psychologische, juridische en sociale ondersteuning. Om de kosten te drukken hebben wij aansluiting gezocht bij bestaande zorginstellingen. Als je een duurzaam systeem wilt opzetten, kun je geen dokters en verpleegkundigen betalen om voltijds in een centrum te zitten wachten op patiënten. Het is veel zinvoller om een beroep te doen op het personeel van een bestaand medisch centrum, dat op verzoek kan ingrijpen. Voor het welslagen van de acties is het cruciaal dat de gemeenschap erbij betrokken is.

Daarom hebben we een netwerk opgebouwd van pleeggezinnen die slachtoffers van huiselijk of seksueel geweld opvangen. Vorig jaar telde de regio Centre-Est – waarvoor ik verantwoordelijk ben – 17 pleeggezinnen. Samen met het ministerie van Vrouwenzaken hebben we andere pleeggezinnen gezocht en opgeleid. Wij werken ook samen met plaatselijke vrouwenverenigingen, met ngo’s en de regionale directoraten van de voogdijministeries. Tot slot hebben wij lokale WhatsApp-groepen opgericht om de verschillende spelers te helpen hun werk te coördineren. Vorig jaar hebben we via dit systeem hulp kunnen bieden aan een slachtoffer van geweld.
Muziek opnemen tegen FGM
In feite pakken jullie seksueel en gendergerelateerd geweld dichter bij de bron aan, door aan preventie te doen?

Inderdaad. Ik hamer er nog eens op: het is een plaatselijke actie, in de gemeenschappen. Zo hebben we de populairste radiostations in de regio opgezocht en 20 journalisten opgeleid om te communiceren over zaken rond rechten en gendergerelateerd geweld. In dezelfde geest hebben we ook traditionele zangers en muzikanten betrokken bij de zaak, om liedjes over het onderwerp te schrijven en te zingen. Daarnaast werken we ook in scholen. Daar hebben we medewerkers opgeleid die voorlichting geven over seksueel en gendergerelateerd geweld. Ook bieden ze de kinderen een omgeving met een luisterend oor.

BLIJF OP DE HOOGTE

Divider text here
Volg onze acties en de laatste trends in internationale samenwerking.