Vijf vragen aan Haneen Abu Nahla | Enabel - Belgisch Ontwikkelingsagentschap

Wij willen jonge mensen in Gaza weer hoop geven

Divider text here
Vijf vragen aan Haneen Abu Nahla
Projecteidster van het SAWA-programma in de Gazastrook
Waarvoor staat het SAWA-programma?

SAWA betekent ‘samen’ in het Arabisch. Wij hebben die naam gekozen om te laten zien dat we absoluut willen samenwerken met het lokale bedrijfsleven en organisaties uit het maatschappelijk middenveld. Niet alleen om het draagvlak bij de mensen in Gaza te vergroten, wat cruciaal is voor ons succes, maar ook omdat we ervoor willen zorgen dat het programma verzelfstandigt. Het moet voortgezet kunnen worden wanneer onze actie hier is afgelopen.

SAWA streeft twee grote doelen na. Het eerste is het versterken van de veerkracht van jongeren. Vandaag zijn er een half miljoen jongeren in de Gazastrook en zij hebben het zeer moeilijk. Velen van hen verliezen de hoop omdat ze hier geen toekomst voor zichzelf zien. Daarom helpen wij jonge vrouwen en mannen om hun eigen bedrijfje op te zetten. Zo kunnen ze hun sociaaleconomische situatie verbeteren en een duurzaam inkomen creëren voor zichzelf en hun gezin. Ons tweede doel is het creëren van nieuwe jobmogelijkheden voor jonge mensen. Dat verwezenlijken we door hen aan te moedigen om met nieuwe oplossingen te komen en bedrijven te starten in de industriële groene en circulaire economie.

SAWA wordt gefinancierd door de EU en uitgevoerd door Enabel. Het komt meer en meer voor dat nationale ontwikkelingsagentschappen programma’s uitvoeren, gefinancierd door andere Europese landen of de EU zelf. Op die manier wordt samenwerking tussen de EU-lidstaten bevorderd. Het stelt nationale ontwikkelingsagentschappen ook in staat om expertise te ontwikkelen die de EU als geheel ten goede komt.  
'We hebben onderzocht wat andere donoren in deze gebieden deden en waar. Zo konden we ons toespitsen op gebieden waar geen donoren actief waren.'
Hoe is het vandaag met het project gesteld?

Wel, het eerste projectjaar is net voorbij en dat was een opstartjaar. We hebben de meest kwetsbare gebieden in de Gazastrook opgespoord. Dat zijn gebieden waar veel armoede heerst en waar weinig kansen voor het grijpen liggen. Vervolgens hebben we onderzocht wat andere donoren in deze gebieden deden en waar. Zo konden we ons toespitsen op gebieden waar nog geen donoren actief waren. Daarna hebben we grondig economisch onderzoek verricht om erachter te komen wat de meest veelbelovende sectoren zijn voor jonge mensen om een zaak op te starten. We hebben ook een groene studie uitgevoerd om de belangrijkste uitdagingen en kansen voor een groene en circulaire economie in de industrie in de Gazastrook in kaart te brengen. De resultaten van die studie zullen we voorleggen aan de jeugd uit Gaza om hen te stimuleren om innovatieve oplossingen te bedenken voor die uitdagingen.

We beginnen nu met de uitvoering van ons programma en verwachten onze eerste successen in de eerste helft van 2021. SAWA is een proefproject met een klein budget. Daarom beginnen we met het selecteren van honderd mensen. Hen geven we een steuntje in de rug om hun eigen micro-onderneming op te zetten. We zetten ook in op tien projecten in de groene of circulaire economie. In de toekomst hopen we een groter publiek aan te spreken, want de EU is geïnteresseerd in fase twee van ons project. Daarnaast zal Enabel naar verwachting in 2022 een nieuwe landenportefeuille opstarten voor Palestina. Daarin wordt SAWA opgenomen als een van de belangrijkste succesvolle modellen voor Belgische steun.

Het eerste deel van het programma dat nu loopt, bestaat uit informatiesessies voor de jongeren uit de geselecteerde gebieden. In die sessies wordt hen uitgelegd wat de meest veelbelovende sectoren zijn en krijgen ze de kans om na te denken over hun project. Enkele van de sectoren die wij identificeerden zijn: voedselverwerking, onderhoud van mobiele en slimme toestellen, grafisch ontwerp, agro-industrie en handelszaken zoals kruidenierswinkels.

Vroeger moesten jongeren online een aanvraag indienen om deel te kunnen nemen aan de sessies, maar daardoor werden de meest kwetsbare groepen feitelijk uitgesloten. Daarom besloten we dat het beter is om live sessies te organiseren. We zullen hen ook helpen met hun aanvraag om deel te nemen aan het programma. Vervolgens zullen we de aanvragen beoordelen aan de hand van een aantal criteria en honderdvijftig kandidaten selecteren. Zij krijgen een opleiding van tien dagen over het opstellen van een bedrijfsplan. Daarna selecteren wij de beste honderd plannen en geven hen financiële steun – met een financiering tot 5.000 euro – maar ook coaching en mentoring. Dat laatste is heel belangrijk, want we willen dat ze onderweg hulp krijgen om eventuele problemen op te lossen en ervoor te zorgen dat ze hun bedrijf van de grond krijgen.

Voor het tweede deel van het programma organiseren we een driedaagse hackaton in maart. Jongeren kunnen zich hiervoor inschrijven en hun ideeën pitchen. Wij selecteren daaruit de tien beste ideeën en brengen de kandidaten samen op een plek waar ze hun idee verder kunnen uitwerken. Daar kunnen ze ook technische en commerciële ondersteuning krijgen om hun bedrijfsplan te verfijnen, hun eerste prototypes te maken en ze vervolgens op de nationale markt te introduceren. En van daaruit, wie weet, misschien op de regionale en internationale markten? 
Welke invloed heeft de situatie in de Gazastrook op jullie activiteiten?

Ons grootste probleem is elektriciteit: er is slechts acht uur per dag elektriciteit in het gebied. Drinkwater is ook een probleem, net als het beheer van vaste afvalstoffen. Maar we zien die problemen eigenlijk als uitdagingen. Groene en circulaire oplossingen zoeken voor die problemen zal kansen creëren voor jongeren op zelfstandige werkgelegenheid. Tegelijkertijd zal de algemene situatie verbeteren.

Jullie project steunt ook sterk op de gemeenschap als geheel. Hoe gaat dat in zijn werk?  

We zijn op zoek naar manieren om het programma duurzamer te maken, zodat het kan doorgaan nadat wij zijn vertrokken. Daartoe willen we lokale organisaties versterken die een aanpak hanteren die gebaseerd is op de gemeenschap en die de capaciteit hebben om jonge mensen vooruit te helpen. Ons doel is die organisaties te versterken. We zijn bovendien van mening dat de private sector ook betrokken moet worden. Daarom werken we samen met de Palestijnse Industriefederatie. Wij willen dat ze ons niet zien als concurrenten, maar als promotors van een aanvullende aanpak die de economie zal versterken.

Daarnaast werken we samen met organisaties uit het maatschappelijk middenveld om onze deelnemers te voorzien van coaches en mentors. Zij worden gevormd om opleidingen te kunnen geven rond het opstellen van bedrijfsplannen, het geven van coaching en het organiseren van mentoring. Zij zullen verantwoordelijk zijn voor dat deel van het programma en wij verwachten dat zij uiteindelijk de leiding zullen overnemen.  
Jullie werken ook aan de empowerment van vrouwen. Hoe vertaalt zich dat in het programma?

Dat klopt, inclusie is een belangrijk onderdeel van het programma. Een van de vier maatschappelijke organisaties waarmee we samenwerken is het Women’s Affairs Centre. Ons doel is dat het percentage vrouwen dat aan het programma deelneemt 50 % of meer bedraagt. 

Tijdens de voorbereidingsfase hebben we vastgesteld welke de meest veelbelovende sectoren zijn voor vrouwen om een zaak te starten. Denk aan projecten in de landbouw, ICT en zonne-energie. We hebben ook onze selectiecriteria aangepast om vrouwen meer kansen te geven. Daarnaast organiseren we kinderopvang in de gebouwen waar de opleiding zal plaatsvinden. Bovendien zullen we sessies organiseren om vrouwen te helpen voor hun rechten op te komen. We willen immers niet dat de zaak die zij hebben opgericht, wordt overgenomen door hun broers of mannen. Ook bij de coaching en mentoring zal met dit aspect rekening worden gehouden.

Ontdek nog stories

Een versnelling hoger schakelen in de strijd tegen vrouwelijke genitale verminking en andere vormen van gendergerelateerd geweld in Burkina Faso? Daarvoor moeten we nauw samenwerken met gemeenschappen, de overheid en het middenveld.
In Benin werkt Enabel mee aan een project om de ananassector te stimuleren door drones in te zetten. Het doel: de ananassector een instrument voor duurzame ontwikkeling aanbieden.
In Burkina Faso wordt de meerderheid van de vrouwen genitaal verminkt. In samenwerking met de regering van Burkina Faso en partners uit het middenveld werkt Enabel aan het beëindigen van deze praktijk.

BLIJF OP DE HOOGTE

Divider text here
Volg onze acties en de laatste trends in internationale samenwerking.