Nieuws
11 maart 2026
Enabel viert 20 jaar Juniorprogramma
Persbericht
Op 12 maart 2026 viert Enabel de 20ste verjaardag van het Juniorprogramma, een initiatief dat in 2006 werd gelanceerd en inmiddels bijna 700 jongeren aan het werk zette in de partnerlanden van de Belgische internationale samenwerking.
Het programma werd opgezet in de nasleep van de verwoestende tsunami in de Indische Oceaan in 2004, die meer dan 200.000 mensenlevens eiste. Toenmalig Belgisch minister van Ontwikkelingssamenwerking Armand De Decker lanceerde de zogenaamde ‘Vrijwillige Dienst voor Ontwikkelingssamenwerking’ (VDOS) om jongeren de kans te bieden om zich nuttig ten dienste te stellen van ontwikkelingslanden, om een eerste professionele ervaring op te doen in ontwikkelingssamenwerking en de Belgische bevolking te mobiliseren rond ontwikkelingsproblematieken.
“In een wereld die steeds vaker wordt getekend door polarisering, blijft wereldburgerschap meer dan ooit essentieel. Onze jongeren groeien op in een snel veranderende omgeving en hebben instrumenten nodig om de uitdagingen beter te begrijpen en hun plaats te vinden. Het juniorprogramma biedt in dat opzicht een echte meerwaarde voor hun loopbaan, zowel op professioneel als op persoonlijk vlak,” zegt Maxime Prévot, Vice-eersteminister en Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking.
“Al twintig jaar lang biedt het Juniorprogramma een toegangspoort voor jonge professionals om in de internationale samenwerking aan de slag te gaan. Wat dit programma uniek maakt, is niet alleen de expertise die Juniors aan onze teams en partners toevoegen, maar ook de mentaliteit die zij uitdragen: nieuwsgierigheid, integriteit en een diepe toewijding aan wereldburgerschap. Nu wij deze mijlpaal vieren, ben ik trots op de honderden jongeren die dankzij het programma een carrière hebben kunnen uitbouwen en die vandaag nog altijd geëngageerde burgers zijn,” zegt Jean Van Wetter, CEO van Enabel.
De eerste ‘vrijwilligers’, met een contract van één tot drie jaar, werden voornamelijk ingezet in projecten van de Belgische Technische Coöperatie (BTC), de voorloper van Enabel. Het was een instant succes: meer dan 1000 kandidaten meldden zich aan voor de eerste selecties en de eerste 22 vrijwilligers vertrokken in november 2006 naar het buitenland.
De VDOS richtte zich in de eerste plaats op jongeren met weinig of geen beroepservaring in ontwikkelingssamenwerking, om zo het reservoir aan Belgische ontwikkelingswerkers te verjongen.
In 2009 verandert de VDOS van naam omdat de term ‘vrijwilliger’ eigenlijk al vanaf het begin de lading niet dekte. De jonge mensen zijn betaalde jonge professionals, en daarom wordt gekozen voor de naam Juniorprogramma. Die sluit beter aan bij de realiteit van een job in de internationale samenwerking en bij de eisen van de projecten. Geleidelijk aan komen ook erkende Belgische ngo’s in aanmerking om Juniors in hun werking op te nemen: na een proefperiode in 2009 worden ngo’s in 2013 volwaardige partners van het Juniorprogramma. In 2018 en 2023 werd het Juniorprogramma telkens hernieuwd voor een periode van 5 jaar.
Een enquête uit 2025 toont aan dat het Juniorprogramma in aanzienlijke mate bijdraagt aan de verjonging en de professionalisering van de internationale samenwerking. De helft van de ex-Juniors werkt nog altijd in de sector, vaak als expert, adviseur, projectleider, manager of directeur van een organisatie. Na de buitenlandse ervaring keert 70% van de ex-Juniors terug voor een baan in België, maar goed 90% van de ondervraagden bevestigt dat het Juniorprogramma nog altijd een impact heeft op hun professionele leven.
Het Juniorprogramma blijft trouw aan de geest van de VDOS: het is een springplank naar een carrière in de internationale samenwerking, met opdrachten van 1 tot 2 jaar, begeleiding door externe coaches en inzet in de partnerlanden van België. In enkele landen worden Europese Juniors bovendien gekoppeld aan lokaal gerekruteerde jonge professionals, om de kruisbestuiving en het leertraject in beide richting te stimuleren.
Anouk Bonte, Adjunct-directeur in het Klein Kasteeltje bij Fedasil: “Het Juniorprogramma heeft mijn carrière echt een boost gegeven. Meteen na mijn ervaring in Benin kon ik aan de slag bij Plan International, waar meerdere ex-juniors werkten. Daarna werd ik adviseur Gender en Jongerenparticipatie op het kabinet van minister voor Ontwikkelingssamenwerking Caroline Gennez. Als je zelf voor een project van de internationale samenwerking hebt gewerkt, kan je je sommige zaken toch beter inbeelden. Dat helpt enorm bij het uitwerken van beleidsaanbevelingen.”
Hannes Demeyer, Manager Education bij Voetbalbond Vlaanderen: “Het Juniorprogramma heeft mijn leven op persoonlijk en professioneel vlak veranderd. Het gaf me de kans om te leven en werken in Oeganda in een compleet andere context dan ik gewoon was. Het gaf me inzichten en vaardigheden die ik anders nooit had opgedaan. Ik ben dankbaar dat ik heb kunnen bijdragen aan de doelen van Enabel en lokale partners, en vooral dan de ziekenhuizen waar we mee samenwerkten. Ik zou het meteen opnieuw doen.”