Nieuws
12 februari 2026
“Wereldwijd worstelen kleine boeren om waardig van hun werk te leven”
Interview met Bram Jacobs (36) voormalig Junior Expert in Oeganda
In 2017 ging Bram Jacobs (bioloog) aan de slag als Junior Expert voor Broederlijk Delen in Oeganda. Hij was toen 28 en werkte twee jaar in Lira, een stad met ongeveer 250.000 inwoners ten noorden van Kampala. In 2026, 9 jaar later, is hij de trotse papa van 3 kinderen en woont hij met zijn gezin in Kampala. Ondertussen zet hij zijn carrière verder bij Broederlijk Delen als lokale vertegenwoordiger.
Als junior expert focuste Bram zich op agro-ecologische landbouw. Zijn rol bestond erin om Oegandese partnerorganisaties, die kleinschalige boeren ondersteunen, te begeleiden, hun kennis te bundelen en samen nieuwe strategieën uit te proberen.
“Ik kwam terecht in een omgeving waar boerenfamilies vaak met heel weinig middelen moesten rondkomen. En waar mensen ook van generatie op generatie boer zijn. Het is dus niet zo dat wij daar ‘moeten gaan uitleggen’ hoe aan landbouw te doen. Mensen hebben veel terreinkennis.”
Ook het concept ‘agro-ecologie’, wat nu in België meer aandacht krijgt, is er niet nieuw: “agro-ecologie is er geen luxe, maar eerder een noodzaak: werken mét de natuur, niet ertegenin.”
Parallellen met België
Voor Bram zijn er duidelijke parallellen te trekken tussen het leven van boeren in België en in Oeganda. In beide landen worstelen ze met systemen die hen weinig speelruimte geven.
“In België zie je dat boeren gevangen zitten in een economisch systeem waarin ze te afhankelijk zijn van de agro-industrie. Een systeem dat hen dwingt om steeds groter te worden, steeds meer te produceren, vaak tegen te lage prijzen. In Oeganda zie je een andere vorm van afhankelijkheid: van regen, van een tekort aan toegang tot markten, van beperkte infrastructuur. Maar de kern is hetzelfde: kleine boeren hebben het moeilijk om waardig te leven van hun werk. Voortploeteren, is wat ze dan maar doen.”

Niet alleen een job, ook een gezinsleven
Al van bij zijn aankomst in Lira voelde Bram er zich op zijn gemak: “Qua demografie kan je de stad vergelijken met Gent. En qua dynamiek staat het voor mij niet zo ver af van Vosselaar, waar ik ben opgegroeid. Mensen kennen elkaar nog, er is veel sociaal contact, je kan niet zomaar anoniem door het leven gaan.”
Toen Bram nog maar net in Lira was aangekomen kreeg hij hier al een voorsmaakje van: “Ik was op zoek naar de markt en ik vroeg de weg op straat aan een voorbijganger. Die man zei direct: ‘ik toon het je wel even, volg me maar’. 20 minuten lang liep Bram samen met de man tot ze bij de markt aankwamen. “Ik vond dat zo sympathiek, dat iemand met een wilvreemde 20 minuten meestapt naar een locatie waar hij helemaal niet moet zijn.”
Er was een kleine gemeenschap van internationale medewerkers in Lira, maar door het kleinschalige van de stad, kreeg Bram nauwe banden met zijn Oegandese collega’s. “Je wordt meegetrokken in het sociale weefsel: uitnodigingen voor huwelijken, voor begrafenissen, voor verjaardagen. Dat hoort erbij, en het maakt dat je je echt deel voelt van de gemeenschap.”
Die sociale verankering werd nog sterker toen hij zijn toekomstige vrouw Stella ontmoette op een festival in Jinja. Ondertussen hebben ze drie kinderen samen. “Dat was natuurlijk een keerpunt in mijn leven. Ik kwam niet alleen als professional naar Oeganda, ik bouwde hier ook een familie op.”

Een periode van intens leren
Bram beschrijft zijn juniorperiode als een fase van intens leren: over landbouw, over samenleven, maar ook over zichzelf.
“Als junior heb je nog niet dé grote ervaring, maar dat is ook een kracht. Je staat open, je absorbeert alles. Soms maak je fouten, maar dat hoort erbij. Partnerorganisaties durfden ook eerlijk hun mening te geven tegen mij, omdat je als Junior Expert iets minder overkomt als ‘helemaal ingebed in de donororganisatie’. Het was een ideale leerschool.”
Ook vandaag, als lokale vertegenwoordiger, neemt Bram nog lessen uit die periode mee: “Wie het geld heeft, bepaalt nog al te vaak de agenda. Dat blijft een spanning. Internationale samenwerking is pas zinvol als het vertrekt vanuit de ambities van de gemeenschap zelf, en niet vanuit de donorlogica. Partners moeten ons niet alleen zien als geldschieter, maar als bondgenoot die hun expertise erkent.
Genderdynamiek en neveneffecten
Een andere belangrijke les die Bram al doende leerde is hoe goedbedoelde programma’s soms onvoorziene negatieve effecten hebben.
“Veel ngo’s hebben jarenlang vooral ingezet op het versterken van vrouwen, ook bij Broederlijk Delen trouwens. Dat is terecht: vrouwen dragen vaak de zwaarste lasten, zowel in het huishouden als op het veld. En uit onderzoek blijkt dat vrouwen geld dat ze verdienen, sneller opnieuw in hun gezin steken, dan mannen. Maar het kan niet de bedoeling zijn om gezinnen te ontwrichten.”
Hij beschrijft situaties waarin mannen zich buitengesloten voelden wanneer enkel hun vrouwen trainingen en steun kregen. Ze voelden zich niet betrokken. “Dat leidde tot spanningen, soms zelfs tot (meer) geweld binnen een gezin. Daarmee zijn vrouwen natuurlijk ook niet geholpen.”
Broederlijk Delen pakt het in Oeganda nu anders aan, door het gezin als geheel te benaderen. “We werken met koppels die samen een plan maken voor hun huishouden en hun boerderij. Zo voelen mannen en vrouwen zich partners in plaats van rivalen. Dat werkt veel beter.”

Van Junior Expert naar lokale vertegenwoordiger
Wanneer Brams contract als Junior Expert afloopt, blijft hij nog enkele maanden aan de slag als Adviseur Agro-ecologie. Net op het moment dat ook dat contract ten einde loopt, breekt de coronapandemie uit. “Ik moest even nadenken over wat de volgende stap kon zijn, want we wilden graag met het gezin in Oeganda blijven.” Na een korte omweg als ondernemer en onderzoeker solliciteert Bram voor de functie van landvertegenwoordiger bij Broederlijk Delen.
Hij kreeg de job, en dat betekende meteen een grote verandering in verantwoordelijkheid: niet langer één thema en regio opvolgen, maar het volledige programma in Oeganda coördineren. “Plots ben je niet meer alleen bezig met landbouw of communiceren met Oegandese landbouworganisaties, maar met alles: van budgetten tot personeelszaken, van relaties met de overheid tot contacten met de ambassade.”
Hij omschrijft de rol als die van een bruggenbouwer: “Wat betekent een indicator of een logframe voor iemand die gewoon probeert genoeg eten te produceren? En omgekeerd: hoe breng je het verhaal van een boer zó dat een beleidsmaker ernaar wil luisteren?”

Een toekomst in Oeganda opbouwen
Na acht jaar in Oeganda voelt Bram zich diep verweven met de Oegandese realiteit. “Ik ben geen buitenstaander meer die even komt kijken. Tegelijk blijf ik me bewust dat ik altijd ook Belg blijf, met mijn eigen referentiekader. Die dubbele positie is soms lastig, maar ze is ook een grote troef.”
Zijn kinderen groeien dan weer op met een dubbel-referentiekader, Oegandees en Belgisch. “Het is een rijkdom dat mijn kinderen opgroeien in twee culturen. Ze spreken meerdere talen, ze voelen zich hier thuis en ze leren van jongs af aan dat de wereld divers is.”
Hij besluit met een nuchtere maar hoopvolle visie: “Internationale samenwerking verandert de wereld niet van vandaag op morgen. Maar door geduldig te werken, door relaties op te bouwen, door gezinnen te versterken, kan je wel degelijk verschil maken. Dat heb ik in Lira geleerd, en dat drijft me nog elke dag.”