Nieuws
23 september 2026
Van de eerste groep Junior Experts naar een carrière in dienst van maatschappelijke betrokkenheid
Interview met Farah Beniacoub – Voormalig Junior Expert in Niger en Mali
In 2006, toen Farah zich aansloot bij de allereerste groep die, in het kader van wat toen nog de Vrijwilligersdienst voor Ontwikkelingssamenwerking heette, naar Belgische partnerlanden werd gestuurd, wist niemand echt hoe dit avontuur zou uitdraaien. Twintig jaar later illustreert haar loopbaan perfect de rol die het Juniorprogramma speelt als springplank. Van Mali naar Niger, vervolgens naar Rwanda en Burundi, om uiteindelijk bij Enabel in Brussel uit te komen. Farah bouwde een carrière op gekenmerkt door leren, aanpassen en ontmoetingen die haar tot op vandaag blijven beïnvloeden.
Toen Farah zich in 2006 aanmeldde, behoorde ze tot een groepje pioniers. Destijds bestond het Juniorprogramma nog niet onder zijn huidige naam. De deelnemers werden ‘vrijwilligers’ genoemd en de voorwaarden verschilden van die van vandaag. Er werden zelfs specifieke korte opleidingsmomenten georganiseerd om de eerste groepen kandidaten samen te stellen.
Na haar ingenieursstudie, aangevuld met een specialisatie in ontwikkelingssamenwerking aan de ULB, zocht ze naar een eerste internationale carrièrekans. De omstandigheden waren niet eenvoudig: zonder praktijkervaring is het moeilijk om in de sector voet aan de grond te krijgen. Het programma kwam dus precies op het juiste moment.
“Voor mij was dit echt de kans die ik nodig had. Ik wilde in het buitenland gaan werken en deel uitmaken van een solide professionele organisatie.”
Hoewel ze aanvankelijk aangetrokken werd door Zuid-Amerika, ontdekt ze uiteindelijk dat haar bestemming Mali zal zijn. Een verrassing die bepalend zal blijken. “Toen ik voet zette in Mali, voelde ik meteen dat ik op de juiste plek was.”
Het Juniorprogramma bracht haar naar Ansongo, in het noorden van Mali, zo’n 1.300 kilometer van de hoofdstad. Het begin verliep soms wat geïmproviseerd. Farah logeerde eerst bij haar coach, totdat er een oplossing was gevonden. In deze afgelegen regio waren ze slechts met twee expats ter plaatse.
“In het begin was het een beetje improviseren. Maar het was een ongelooflijk verrijkende ervaring“, legt Farah uit. Deze realiteit ter plaatse, ver weg van de hoofdsteden en de gebruikelijke infrastructuur, stelt haar in staat zich snel aan te passen. Een vaardigheid die ze vandaag nog steeds beschouwt als een van de belangrijkste lessen die ze uit haar junior-expert-ervaring meenam.

Inventarisatie van waterpunten
In Mali werkt Farah aan de inventarisatie van waterpunten om de nationale database van de watersector aan te vullen. Samen met lokale teams legt ze lange afstanden af om de bestaande infrastructuur in kaart te brengen en de behoeften van de bevolking te verzamelen.
Het werk vindt vooral op meer afgelegen plaatsen plaats. De dienstreizen duren soms meerdere dagen, waarbij ze tijdens de reizen onder de blote hemel overnachten. “We reden urenlang om kleine dorpjes te bereiken, gegevens te verzamelen en de behoeften ter plaatse in kaart te brengen. Dit was geen werk achter een computer.”
Maar wat Farah zich het beste herinnert, is haar Malinese collega Sidibé. Hij was door het project aangeworven en voerde precies dezelfde taken uit als zij. Samen deelden ze het kantoor, het veldwerk en zelfs de weekends.
Elk weekend gaan ze naar Gao, waar Farah wordt opgevangen door de familie van haar collega. “Op professioneel vlak heb ik enorm veel van hem geleerd. En op menselijk vlak heeft het me in staat gesteld om op een uitzonderlijke manier in de Malinese cultuur te integreren. Ik werd echt als een lid van de familie verwelkomd.”
Deze onderdompeling blijft een van de sterkste herinneringen uit haar loopbaan. Ze is van mening dat dit systeem van nationale duo’s haar leerproces en haar begrip van de lokale realiteit aanzienlijk heeft vergemakkelijkt.
Naast de technische aspecten heeft deze ervaring ook haar blik op internationale samenwerking veranderd. “Als ingenieur leer je de techniek. Ter plekke heb ik de hele menselijke dimensie ontdekt: lokaal bestuur, dialoog met gemeenschappen, de rol van vrouwen in de comités voor waterbeheer.”
Farah herinnert zich ook bijzonder indrukwekkende momenten, zoals de ingebruikname van een waterput. “Zien hoe het water voor het eerst naar boven spuit en hoe een heel dorp samenkomt om dat bij de waterput te vieren, dat is iets wat ik nooit zal vergeten. Op dat moment besef je pas echt de impact van je werk.”

Van Niger naar Rwanda: deel blijven uitmaken van de ‘Junior-familie’
Na een eerste jaar in Mali krijgt Farah de kans op een tweede uitzending en vertrekt ze naar Niger voor nog eens anderhalf jaar. Daar werkt ze aan waterprojecten voor dorpen en veehouders, met meer verantwoordelijkheden op het gebied van de aanleg van watervoorzieningen, lokaal bestuur en institutionele ondersteuning.
De context is anders: ze wordt onderdeel van een groter team en sluit zich aan bij een collectieve dynamiek die bestaat uit verschillende junior-experts. “We waren met vier junior experts in verschillende sectoren. Dankzij die diversiteit konden we bruggen slaan tussen de projecten en samen nieuwe ideeën lanceren.”
Een van die initiatieven kwam voort uit gesprekken met een collega uit de gezondheidssector. Samen stelden ze vast dat er behoefte was aan drinkwatervoorziening in gezondheidscentra en hielpen ze een proefproject opzetten dat bewustmaking en waterzuivering combineerde.
Voor Farah illustreert deze periode perfect de energie die jonge professionals kunnen inbrengen in samenwerkingsprogramma’s. “We wilden dingen uitproberen, verbindingen leggen en initiatieven nemen. Onze verantwoordelijken moedigden ons daar enorm in aan.”
Na afloop van haar juniortraject blijft ze nog enige tijd in Niger, voordat ze in 2009 bij Ingenieurs Zonder Grenzen in Rwanda gaat werken. Hoewel ze inmiddels geen junior meer is, behoudt ze een nauwe band met het programma. Haar organisatie behoort tot de eerste ngo’s die junior experts verwelkomden en ze wordt zelf coach.

Infrastructuurexpert in Burundi
In 2013 gaat Farah aan de slag bij Enabel in Burundi als infrastructuurexpert. Daar ontwikkelde ze zich vervolgens in de richting van projectmanagement en werkte ze bijna tien jaar aan programma’s op het gebied van infrastructuur, uitrusting en onderhoud in de gezondheidszorg.
Hoewel haar carrière sinds het begin vele wendingen heeft genomen, legt Farah een direct verband tussen haar huidige loopbaan en de kansen die het Juniorprogramma haar heeft geboden. “Zonder deze ervaring zou ik waarschijnlijk niet zijn waar ik nu ben. Het was echt een springplank.”
Ze herinnert zich vooral dat er, zodra haar junioropdracht was afgerond, gemakkelijker deuren voor haar opengingen bij ngo’s en werkgevers in de sector. “Het Juniorprogramma heeft me mijn eerste jaren ervaring in de internationale samenwerking opgeleverd. Dat heeft ervoor gezorgd dat mijn verdere carrière van de grond kon komen.”
Twintig jaar na de start van het programma blijft Farah overtuigd van het belang ervan. “Jongeren een eerste werkervaring bieden blijft essentieel. Het is goed voor hen, maar ook voor de teams en projecten die profiteren van hun energie, hun enthousiasme en hun frisse blik.”
Als ze terugdenkt aan dit avontuur dat begon bij de allereerste lichting, zijn het vooral de mensen die ze heeft ontmoet die haar te binnen schieten. Onder hen Sidibé, haar collega in Mali, op wie ze onlangs onverwachts botste op de luchthaven in Addis Abeba, meer dan vijftien jaar na hun samenwerking.
Misschien wel een bewijs dat sommige ontmoetingen in het Juniorprogramma net zo lang standhouden als de carrières die het programma helpt opbouwen.
