Nieuws

18 augustus 2026

Wetenschap in dienst van de praktijk

Interview met Jens Van Hee – Junior Expert bij VSF in Benin

4 people standing in a circle, talking to each other.

Toen Jens (27) naar Benin vertrok als Junior Expert, liet hij niet alleen België achter. De biowetenschapper, gespecialiseerd in tropische landbouwkunde, besloot na zijn thesis en eerste onderzoekservaring een andere richting uit te kijken. Hij wilde nu ook meer praktijkgericht werken met landbouwprojecten. “Ik had even genoeg tijd gespendeerd aan de universiteit”, vertelt hij. “Ik wilde nieuwe inzichten en terreinervaring opdoen.”

Jens studeerde af als Industrieel Ingenieur in de Biowetenschappen met een specialisatie in Tropische Landbouwkunde, een opleiding die ondertussen niet meer bestaat. “Het was een afstudeerrichting binnen een afstudeerrichting”, lacht hij. “Ik was de enige student. Ik ging soms alleen met de professor naar de les.”

Voor Jens gaat landbouw nooit enkel over productie. Wat hem aantrok in de studierichting, was juist de combinatie van natuurlijke systemen en maatschappelijke impact. “Landbouw gaat in eerste instantie om bodemkunde, plantkunde en dierkunde: de natuurlijke systemen. Maar voor mij zit daar ook maatschappelijke relevantie in”, zegt hij. “Door de impact die landbouw heeft op natuur, economie en mensen.”

2 men and one woman posing for a picture with two little goats in their hands.
© Loïc Delvaulx. Jens samen met een stagaire-dierenarts en een ACSA (Assistant communautaire santé animale) in Natitingou.

 

Uitzonderlijke cacaoboeren

Via een onderzoekscontract kon hij zijn thesis nog verder uitbouwen. Dat onderzoek focuste op duurzame productiepraktijken in de cacaosector. Daarbij was Jens minder geïnteresseerd in gemiddelden dan in uitzonderingen.

Zijn thesis vertrok vanuit een eenvoudige vraag: waarom behalen sommige cacaoboeren betere resultaten dan anderen, terwijl ze onder vergelijkbare omstandigheden werken? “Ik ging op zoek naar producenten die beter presteerden dan gemiddeld”, vertelt Jens. “Vervolgens sprak ik met hen om te begrijpen welke factoren achter dat succes zaten.”

Het antwoord bleek minder eenvoudig dan gehoopt. “De grootste conclusie toen ik terugkwam van mijn veldwerk, was dat er geen silver bullet was”, zegt Jens. “Geen magische praktijk die je zomaar naar andere contexten kunt verplaatsen. Wat voor het ene huishouden het verschil maakt, doet dat niet persé voor het andere. Projecten kunnen hier rekening mee houden door bedacht te zijn op de lokale noden en capaciteiten, en boeren niet zomaar over één kam te scheren”.

Naast zijn thesis werkte Jens ook een tijd als visiting scientist bij het Joint Research Centre van de Europese Commissie in Sevilla, waar hij verder onderzoek deed naar duurzame cacaoproductie.

 

3 men sitting on a bench in Benin.
© Jens Van Hee; Met twee collega’s van partner van VSF, NGO CERD, data aan het verzamelen in Natitingou voor de evaluation tool van agroecologische praktijken.

 

Meer dan onderzoeksinstellingen

Toch groeide gaandeweg het gevoel dat hij meer wilde zien dan onderzoeksinstellingen alleen. Al tijdens zijn studies kende hij het Juniorprogramma van Enabel. Een voormalig Junior Expert had ooit een gastles gegeven en zijn ervaringen gedeeld. “Hij sprak toen over zijn ervaring en liet foto’s zien van wat hij had gedaan via het programma”, herinnert Jens zich. “Dat idee is altijd blijven hangen.”

Toen hij na zijn studies de vacatures bekeek, zag hij een kans om die ambitie waar te maken. Uiteindelijk werd hij geselecteerd voor een job in Benin, in de hoofdstad Cotonou, bij Dierenartsen Zonder Grenzen (VSF).

De eerste dagen waren niet eenvoudig. “Je neemt afscheid van iedereen thuis, en plots zit je alleen in je kantoor en denkt: oké, dit is het dan voor twee jaar”, vertelt hij. “Dat kwam wel even binnen.”

Dat gevoel verdween gelukkig snel. Andere junior experts hielpen hem om zijn weg te vinden in zijn nieuwe omgeving. “Na een week had ik de andere juniors ontmoet en hadden ze mij een rondleiding in Cotonou gegeven”, zegt hij. “Dan waren al die zorgen direct voorbij.”

 

2 women adding organic waste to a biodigester.
© Loïc Delvaulx. Eerste vulling van biodigester met koemest door leden van een coöperatief in Boukombé.

 

Afstand van het team

Het grootste deel van zijn team bevindt zich in Natitingou, in het noorden van het land. Vanwege veiligheidsbeperkingen kan hij daar niet permanent werken. ” Dat geeft wel een afstand,”, vertelt hij, “maar ik probeer die zo goed mogelijk te overbruggen door regelmatig ter plekke te gaan.”

Een belangrijk deel van zijn werk draait rond analyse, opvolging en kennisopbouw. Een van Jens zijn belangrijkste opdrachten is het ontwikkelen van een instrument om agro-ecologische praktijken bij landbouwers in kaart te brengen. Het doel is niet om individuele boeren te beoordelen, maar om beter te begrijpen waar gemeenschappen sterk staan en waar bijkomende ondersteuning nuttig kan zijn. “We willen zien hoe boeren ervoor staan in hun transitie naar meer duurzame praktijken”, zegt hij.

Zoals in zijn thesis draait ook hier alles rond context. Modellen die elders ontwikkeld werden, kunnen niet zomaar gekopieerd worden. “Je moet altijd afstemmen op wat maximaal haalbaar is in een bepaalde context”, zegt hij. “Niet alles wat internationaal ontwikkeld is, is automatisch relevant voor hier.”

 

Group of colleagues posing for a picture in front of their office.
© Loïc Delvaulx. Met collega’s voor het kantoor van VSF in Natitingou in Benin.

 

De meerwaarde van biodigesters

Daarnaast werkt Jens aan de opvolging van biodigesters. Biodigesters zetten organisch materiaal en mest om in biogas, een alternatief voor hout als energiebron. “Als je methaan verbrandt, krijg je een vlammetje”, legt hij uit. “Dat gas kan gebruikt worden om mee te koken of benut worden in de verwerking van gewassen. Zo ondersteunen we met VSF coöperatieven die karitéboter of sojaproducten produceren”.

De inzet is groter dan alleen energieproductie. In regio’s waar ontbossing een probleem vormt, kunnen biodigesters bijdragen aan een duurzamer gebruik van natuurlijke hulpbronnen. “Als je al je bomen gaat wegkappen, ontwricht je eigenlijk het systeem dat je bodem in stand houdt”, zegt Jens.

Maar technologie alleen volstaat niet. Net zoals bij zijn onderzoek naar cacao ziet hij dat duurzame verandering afhankelijk is van lokale gewoontes, kennis en motivatie. “Mensen moeten bereid zijn om nieuwe gewoontes op te bouwen,” vertelt hij. “Waar er normaal gezien hout wordt verzameld of gekocht, komt er nu een nieuw systeem in de plaats waarbij organisch materiaal, zoals dierenmest, consistent verzameld en aan de biodigester gevoed moet worden – coöperatieven moeten zich daar ook organisatorisch aan aanpassen.”

In dat opzicht vindt hij de ondersteuning van lokale vakmensen een van de sterkste elementen van het project. “We hebben twee loodgieters en acht metsers opgeleid zodat ze biodigesters kunnen bouwen”, vertelt Jens. “Tien mensen uit de regio die al gekend zijn in hun dorp en nadien ook reparaties kunnen uitvoeren. Overdracht van kennis is belangrijk voor een duurzame werking in de toekomst.”.

Wat hem vandaag bezighoudt, is niet alleen het bouwen van infrastructuur, maar vooral begrijpen wat er nadien gebeurt. Werken de systemen effectief? Hoeveel gas produceren ze? Worden ze nog gebruikt maanden na de installatie? “Het is niet altijd makkelijk om objectief vast te stellen wat er gebeurt”, zegt hij. “Via een survey bekom je maar zoveel informatie. Ik moet nog een manier vinden om dat beter te meten.”

 

Man standing on top of rocks looking over nature via a viewpoint.

© Jens Van Hee – Jens tijdens een reis door Benin, in Dassa op de rotsen.

 

Thuis in Benin

Ook buiten het werk voelt Jens zich ondertussen thuis in Benin. “Ik ben hier heel graag”, zegt hij zonder aarzelen. Zijn weekends zien er anders uit dan in België. Jens sport veel en trekt regelmatig op pad. “Ik heb eigenlijk een heel sociaal leven hier”, vertelt hij. “Cotonou is niet supergroot, dus je komt vaak dezelfde mensen tegen.”

“Soms vind ik het jammer dat ik niet meer tussen de collega’s of op het terrein zit”, zegt hij. “Maar anderzijds ben ik heel gelukkig in Cotonou.” Over wat na Benin komt, heeft Jens nog geen definitief antwoord. Misschien volgt een nieuwe internationale opdracht, misschien trekt onderzoekswerk hem opnieuw aan. “Ik ben er nog niet uit”, zegt hij.

Maar wat hij wel al weet is dat hij de spontane manier waarop mensen met elkaar omgaan in Benin zal missen wanneer zijn opdracht er hier op zit. “In Benin kun je met iedereen praten, grappen maken of gewoon even lachen,” vertelt hij, “die kleine gesprekken die je overal kan hebben, dat is echt heel leuk.”

 

Viewpoint over Cotonou.
© Jens Van Hee – Uitzicht dat Jens heeft op de wijk waar hij woont in Cotonou, Benin.

Meer updates en publicaties

Blijf op de hoogte

Blijf op de hoogte van onze activiteiten en internationale ontwikkelingstrends belicht vanuit Belgisch perspectief.

Newsletter NL

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.