Nieuws
10 juni 2026
Tussen idealen en systemen
Théodore Gallez, Junior Expert bij Rikolto in Senegal
Théodore’s carrièrepad kronkelt tussen wetenschappen, sociale economie en persoonlijke reflectie. Wat begint bij een technische opleiding, groeit uit tot een uitgesproken belangstelling voor (landbouw)systemen, machtsverhoudingen en de vraag hoe verandering werkelijk tot stand komt.
Tijdens zijn studies botst Théodore al vroeg met de dominante logica van de agro-industrie. Hoewel hij via agronomische wetenschappen een stevige wetenschappelijke basis verwerft, voelt hij zich steeds minder thuis in de technische manier waarop landbouw wordt benaderd en in het industriële systeemdenken.
“Dat woord alleen al, ‘industrieel ingenieur in de landbouw’, klopt niet. Landbouw is geen fabriek. Het gaat over voedsel, over leven, over de sociale context van de boer. Toch werd ik opgeleid alsof landbouw vooral een kwestie was van machines en rendement.” De kennismaking met agro-ecologie is een verademing. Voor het eerst ontdekt Théodore een benadering die landbouw niet loskoppelt van natuur en samenleving.

Van engagement naar het (rijst)veld
De zoektocht naar hoe landbouwgemeenschap en natuur kunnen samenwerken brengt hem bij Oxfam, waar hij vier jaar werkt rond eerlijke handel en duurzame consumptie. Hij staat er dicht bij vrijwilligers, lokale groepen en gemeenten en ziet hoe burgerengagement politieke impact kan hebben. Daar ontwikkelt hij zijn geloof in samenwerking tussen burgers, overheden en organisaties. Tegelijk leert hij hoe organisaties werken en welke grenzen ze zichzelf opleggen. Na een reis naar Zuid-Amerika besluit hij andere ambities na te jagen.
Het Juniorprogramma verschijnt op dat moment op het toneel, niet als een vrijblijvende kennismaking met de sector, maar als een leerplek waar verantwoordelijkheid centraal staat. Het programma combineert werken in een complexe context met ruimte voor reflectie en bijsturing. Dat is precies wat Théodore zoekt: zijn engagement verdiepen in een context waar ruimte is om dingen uit te proberen.

Junior Expert in de Senegalese rijstsector
Bij Rikolto in Senegal krijgt hij een veelzijdige rol. Hij ondersteunt de directeur voor West-Afrika en werkt samen met de Fédération des Périmètres Autogérés (FPA), een grote rijstfederatie in het noorden van het land. De federatie vertegenwoordigt duizenden boeren, maar kampt met structurele problemen zoals lage productiviteit, beperkte markttoegang en een hardnekkige schuldenlast.
“Mijn job was in de eerste plaats om onze partner te versterken,” zegt Théodore. Dat betekent niet zelf beslissen, maar processen opzetten en actoren met elkaar verbinden. Al snel wordt hij geconfronteerd met de realiteit op het terrein. “Toen ik aankwam, zaten veel boeren aan het einde van een schuldencyclus. Ze hadden geen toegang meer tot krediet om een nieuw seizoen te starten. Dat was echt schrijnend.”
De oorzaken blijken complex en met elkaar verweven. De prijs van de paddy, de ongepelde rijstkorrel, is door de staat vastgelegd, maar de opbrengst is laag omdat irrigatiesystemen zijn verouderd en technische ondersteuning tekortschiet. “Zonder rendement is er geen winst, en zonder winst geen investering,” legt Théodore uit. “Het systeem blokkeert zichzelf, en onze rol was om dat te doorbreken: betere agronomische opvolging, toegang tot krediet en transparantie tussen de boeren, de federatie en de private sector.”
Stapsgewijs vertrouwen opbouwen
Samen met lokale partners zet Théodore overleg op tussen boeren, een lokale bank en een rijstverwerkend bedrijf. Het doel is niet alleen betere productie, maar ook meer transparantie en vertrouwen in de keten. De eerste seizoenen leveren gemengde resultaten op. De opbrengsten blijven laag, maar de verzamelde data maken voor het eerst zichtbaar waar het fout loopt. Dat inzicht vormt de basis voor bijsturing en versterkt de samenwerking.
De samenwerking groeit, zowel in schaal als in vertrouwen. Wanneer een privébedrijf besluit om zelf een agronomische opvolgingsafdeling op te richten, ziet Théodore dat als een belangrijke stap: er wordt aan een vaste structuur gebouwd die ook na de projectcyclus nog zal blijven bestaan.

Wat niet verandert, blokkeert alles
Toch blijft de samenwerking fragiel. De federatie heeft al jaren geen algemene vergadering meer gehouden, wat de interne legitimiteit ondergraaft. Voor Théodore is dit een fundamentele les: duurzame landbouw draait niet alleen om zaden en water, maar ook om organisatie en governance. “Als de interne werking niet klopt, blokkeert alles.”
Jammer genoeg laat het mandaat van ngo’s weinig ruimte om precies daar op in te grijpen, omdat interne herorganisatie van een partner, niet meer gefinancierd kan worden vanuit ngo’s. Het dwingt hem om indirect te werken, via lokale structuren en trage processen. Een oefening in geduld die kenmerkend is voor het leertraject van een Junior Expert.
Vrouwen, rijst en economische ruimte
Een kleiner maar betekenisvol project waar Théodore ook bij betrokken is, focust op vrouwen die rijstverwerken en de productie van gestoomde rijst (riz étuvé). Het combineert economische en sociale doelstellingen en versterkt de positie van vrouwen binnen de waardeketen. “Wanneer vrouwen inkomen verwerven, gaat dat geld vaak naar onderwijs, gezondheid en kinderen,” merkt Théodore op. Een observatie uit de praktijk die volgens hem duidelijk maakt hoe economische keuzes sociale gevolgen hebben.

Samenwerken vergt vertrouwen
Ook binnen het team van Rikolto ervaart hij dat samenwerken nooit vanzelfsprekend is. Verschillende werkritmes, routines en verwachtingen botsen, en het invoeren van gedeelde digitale tools vraagt tijd, geduld en dialoog.
Daarbij leert hij relativeren. “Het is te gemakkelijk om alles cultureel te verklaren.” Achter veel spanningen schuilen volgens hem universele mechanismen: angst om controle te verliezen, nood aan erkenning en gebrek aan vertrouwen.

Idealistische sector, weerbarstige realiteit
Naarmate zijn opdracht vordert, groeit ook zijn kritische blik op de sector. Impact is vaak voelbaar, maar moeilijk aantoonbaar. “De grootste uitdaging,” zegt hij, “is om bewijs te vinden van wat werkt.” Die spanning tussen idealisme en verantwoording typeert volgens hem de sector.
Toch is hij overtuigd van het belang van internationale samenwerking, op voorwaarde dat de sector zichzelf kritisch durft te bevragen en verder kijkt dan projecten en resultaten op korte termijn. “De kern van samenwerking is niet hulp, maar het bouwen van tegenmachten en het versterken van de rechtsstaat,” zegt Théodore.
Internationale samenwerking heeft volgens hem alleen toekomst als het opnieuw duidelijk maakt waarom die internationale solidariteit vandaag urgenter is dan ooit.
Ondanks de frustraties en beperkingen blijft Théodore hoopvol. “Ik zou het Juniorprogramma opnieuw doen,” zegt hij resoluut. “Omdat het me geleerd heeft hoe complex echte verandering is. Je leert er niet alleen projecten uitvoeren, maar ook nadenken over macht, vertrouwen en rechtvaardigheid.